2.12 Adaptieve functie gedrag

Waarom blijft de mening zo hardnekkig voortbestaan dat de mens egoistisch is,? Het probleem is dat we als mens, maar ook veel wetenschappers, gewend zijn karakter en persoonlijkheid te baseren aan de hand van zichtbaar gedrag. Dat klinkt logisch, maar is de oorzaak van het misverstand. Alleen Aristoteles, etholoog Tinbergen en evolutiepsychologen vroegen zich af waarom mensen doen wat ze doen. Zij gingen op zoek naar het doel van menselijk gedrag aan de hand van de vraag: wat is de functie van gedrag? En daarmee belanden we in het domein van seksuele selectie van ons brein. 

 

De twee meest bepalende sleutelwoorden zijn samenwerking en vertrouwen. Die twee ultrasociale eigenschappen zijn het gevolg van verschillende evolutionaire factoren. Ontstaan door specifieke chemische reacties[1], begint het leven op aarde ca. 4 miljard jaar geleden. De samenwerking van het RNA[2] is als volgende stap cruciaal. Dan volgt een lange adempauze van ca. 2,5 miljard jaar tot in het Cambrium plotseling talloze nieuwe soorten ontstaan. Met de ontwikkeling van de placenta zoogdieren zo’n 100 miljoen jaar geleden[3], evolueert door coöperatieve opvoeding[4] een volgende fase van samenwerking. 

 

We lijden aan een intense behoefte ergens bij de horen[5],[6]. Samenwerking en vertrouwen leveren voor de mens veel voordelen op. Het bevordert moraliteit, vriendschap, kennisdeling, technologie en vele vormen van organisaties en instituties waarin mensen één gezamenlijk doel nastreven[7]. We maken meer kans op een ideale, romantische partner[8],[9]. Gebrek aan samenwerking daarentegen laat een afnemend patroon aan sociale contacten zien. Gebrek aan sociale contacten, heeft een immense impact op onze mentale en fysieke conditie. We voelen ons leeg, ongeliefd, vereenzamen, worden ziek en leven korter[10],[11]. Het is dan ook merkwaardig dat veel mensen er van uit gaan dat we egoïstisch en individualistisch zijn. Dit boek biedt tegenwicht aan deze egocentrische visie en gaat over het belang van onze relaties en samenwerking. We laten zien hoe je individuele verschillen en je eigen identiteit kan ontdekken, juist in het licht van de ander. We laten zien dat sommigen daarbij meer empathisch en anderen juist egoïstischer te werk gaan, maar altijd in het kader van onze relaties met anderen. Ook staan we stil bij vragen rondom de verwarrende effecten van taal, de betekenis van onze vrije wil, onze waardes en moraliteit.



[1] Fuchida et al., Concentrations and distributions of amino acids in black and white smoker fluids at temperatures over 200 C, 2014

[2] Sojo et al., The Origin of Life in Alkaline Hydrothermal Vents, 2016; Higgs & Lehman, The RNA world: Molecular cooperation at the origins of life, 2014; Lane, The vital question: Why is life the way it is?, 2016

[3] O’Leary et al., The Placental Mammal Ancestor and the PostK-Pg Radiation of Placentals, 2013

[4] Burkart et al., The evolutionary origin of human hyper-cooperation, 2014

[5] Steger & Kashdan, Depression and everyday social activity, belonging and well-being, 2009

[6] Baumeister & Leary, The need to belong, 1995

[7] Tomasello & Vaish, Origins of human cooperation & morality, 2013

[8] Figueredo et al., The ideal romantic partner personality, 2006

[9] Buss, The evolution of desire, 2016

[10] Zelikowsky et al., The Neuropeptide Tac2 Controls a Distributed Brain State Induced by Chronic Social Isolation Stress, 2018

[11] Cacioppo et al., Evolutionary mechanisms for loneliness, 2014

 

Verder met: Tabula rasa