2.14 Seksuele selectie

Al aan de hand van de ethologen, wetenschappers die dierlijk gedrag bestuderen zoals Konrad Lorenz en Niko Tinbergen, hadden sociologen beter kunnen weten. Niet alleen mensen zijn altruïstisch, maar ook talloze andere soorten. Een mooi voorbeeld zijn de Zuid-Amerikaanse vampiervleermuizen. Vleermuizen sterven als ze twee dagen achter elkaar niet eten. Hun buddy system zorgt er voor dat ze worden  gevoed door hun soortgenoten die wel een prooi hebben veroverd[1]. Dat de mens egoistisch zou zijn, berust op waargenomen individuele verschillen: zoals dit boek zal laten zien, is de één is nu eenmaal egoïstischer dan de ander. Na het lezen van Thomas Malthus’ dacht ook Darwin dat alle mensen egoistisch zijn in de strijd om het bestaan (Struggle for existence)[2]. Maar dat heeft alleen betrekking op natuurlijke selectieSeksuele selectie bepaalt onze individuele verschillen en is de één egoistisch en de ander empathisch waardoor lang niet iedereen in het Malthusiaanse ravijn valt. Dagelijks zie je dan ook het tegendeel van egoïsme. Talloze vrijwilligers, mantelzorgers, zorgverleners, medici, pro-deo advocaten en donateurs staan hun bloed, nieren en beendermerg belangeloos af aan vreemdelingen. Veel van ons gedrag doet, zoals Wilson beweert, inderdaad denken aan de supersociale wereld van mieren, bijen en termieten. Het geheime wapen van de evolutie in de strijd tegen egoïsme, is seksuele selectie. Het is de kracht van seksuele selectie die bepaalt of, in het kader van (toekomstige) relaties, je brein meer altruïstisch of egoistisch is. Er bestaan drie mogelijkheden en je brein prioriteert één van deze drie. Waarna de prioriteit van dienst je sociale strategie bepaalt. Dit boek legt uit hoe je brein dat doet.



[1] Wilkinson, Food sharing in vampire bats, 1990

[2] Thomas Malthus, An essay on the principle of population, 1798

 

 

Verder met: Supercomputer -en connector