3.03 De sociale en cognitieve functies van het brein

De geëvolueerde natuurlijke en sociale factoren zijn van groot belang geweest voor het brein van de Homosapiens. Eén van de opvallende en unieke eigenschappen van de mens is de zogenoemde cognitive niche, waarbij het delen en gebruik van kennis in een wederzijds afhankelijke sociale lifestyle  intelligentie als adaptatie heeft voortgebracht. Cognitive reasoning, de mogelijkheid om abstract te redeneren, stelde de mens in staat om, onafhankelijk van de evolutie, een breed scala aan ecologische en sociale problemen op te lossen en een unieke cultuur voort te brengen. 

Een andere specifieke eigenschap van de mens is het ultrasociale brein dat is ingesteld op sociale interactie. De vroege, gedwongen groepsvorming van de hominiden, verhoogde het vermogen tot samenwerking (reciprocal altruism) waardoor de vroege mens in staat was zich relatief snel aan te passen aan ecologische en vooral sociale veranderingen. De eerste zelf-domesticatie van de mens ca. 500.000 jaar geleden, is de oorzaak dat het brein een aantal typisch menselijke eigenschappen ontwikkelde. Daarvan zijn de ultrasociale instelling en de daaraan gerelateerde samenwerking met niet-verwanten, de theory of mind (ToM) met een sterke demarcatie tussen ingroup/outgroup tot gevolg. Opvallend is dat de mens een ‘kinderlijke’ mentaliteit in een volwassen lichaam behield (neotenie), met onder andere als gevolg de typische, menselijke nieuwsgierigheid.


Verder met: de rol en functie van adaptaties