4.7.2 Seksuele reproductie

Volgens de ‘gene’s eyes view’ (Dawkins, 1976) is het individu een vehikel voor het reproductieve succes van zijn genen waarbij bij zoogdieren seksuele selectie als essentieel, sturend proces optreedt. EP hanteert voor seksuele selectie het begrip fitness (Hamilton, 1964). Fitness kan worden omschreven als “Het reproductieve succes van het individu dat de meeste kopieën van zichzelf en de daaropvolgende generaties nalaat.” Vanuit genoemde ‘gene eyes view’ is het onderscheid welke familielid bijdraagt in de reproductie, weinig relevant. Het gaat om de bijdrage aan de gehele genenpool van de betreffende familie. Dat betekent dat ook inmiddels onvruchtbare oma’s en opa’s of zichzelf niet voortplantende homoseksuele broers en zussen hun steentje kunnen bijdragen. Hamilton (1964) spreekt daarom van ‘inclusive fitness’. In onze visie heeft seksuele selectie primair betrekking op de reproductieve strategie van het individu (Buss, 1984; Darwin, 1859, 1871; Miller, 2000, 200a; Zahavi & Zahavi, 1997).