4.7.3 Erfelijke eigenschappen

Deze thesis laat een aantal evolutionaire ontwikkelingen de revue passeren die gerekend kunnen worden tot de mogelijke oorzaken van enkele uitzonderlijke, menselijke eigenschappen. De vroege voorloper van de mens, gedwongen door ecologische en sociale selectiedruk, ontwikkelde een aantal unieke, ultrasociale vormen van samenleving en samenwerking. Voor alle duidelijkheid: er heeft een verscheidenheid aan hominiden bestaan waarvan slechts een drietal wordt gerekend tot de voorlopers van de huidige Homo sapiens sapiens. De vroege hominiden zijn de Praeanthropus, de Ardipithecus en de Australopithecus met als tentatieve soort de Sahelanthropus(Cela-Conde & Ayala, 2003). Deze hominiden leefden langer dan de ca. 1,8 miljoen geleden die EP rekent tot de ontwikkeling van de Homo sapiens sapiens. Het zoeken naar één mogelijke oorzaak of voorloper van de mens is echter een frustrerende bezigheid. Het zoeken naar de oorsprong van één van de vele veranderingen die hebben plaatsgevonden levert met grote zekerheid een onbevredigende conclusie op. De conclusie is dat er op enig moment in de evolutie nog geen Homo sapiens bestond en op een ander moment wel. Hoewel de meest serieuze kandidaat als voorloper van de huidige mens Homo erectus lijkte zijn, valt niet te ontkennen dat het menselijke verleden een enorm aantal kleinere en grotere transities herbergt. Al deze verschillende veranderingen hebben in meerdere of mindere mate bijgedragen tot de ontwikkeling van wat nu Homo sapiens sapiens wordt genoemd (Foley, 2016).

Fig. 2: Vrouwelijke Homo erectus, reconstructie door John Gurche,  gebaseerd op ER 3733 (Bron: Smithsonian Institute, 2019)

Tot de erfelijke eigenschappen van de homoniden behoort ook het leven in de cognitive niche.

Hoe komt het dat Homo sapiens sapiens over zijn huidige fysieke, cognitieve en psychologische eigenschappen beschikt? Veel onderzoekers richten zich op één enkele oorzaak die verantwoordelijk zou zijn voor de veranderingen. Op zoek naar een goed en bruikbaar referentiemodel, publiceerden John Tooby en Irvin DeVore een paper (1987) waarin zij stelden dat de genetische strategie van de evolutiebiologie voor voortplanting een bruikbare parameter was. Zij stelden een inventarisatie samen van de karakteristieke eigenschappen van de huidige mens en koppelden die aan de beschikbare paleontologische en archeologische kennis. Deze karakteristieke eigenschappen, de cognitive niche, hebben gezamenlijk geleid tot de huidige, moderne mens. Zo noemen Tooby en DeVore onder andere: 1) het bereiken van fitnessdoelen door complexe handelingen, 2) het leggen van causale verbanden van veranderingen, 3) het gebruik van taal om met elkaar te kunnen overleggen, 4) bijzonder leervermogen en vaardigheden, werktuigproductie en -gebruik, 5) creatie, uitbreiding en overdracht van culturele informatie, 6) uitzonderlijke vorm van reciprociteit, onderhandelingen, sociale uitwisseling en onderling gedrag, 7) het gecontroleerde gebruik van vuur, kwalitatieve en kwantitatieve vormen en uitbreiding van voedselbehandeling, -bereiding en het delen van voedsel, 8) toenemende werkverdeling tussen de beide seksen, 9) grote en gestructureerde coalitievormen, vooral tussen mannen, 10) mannelijke agressie en het voeren van oorlogen en 11) de uitwisseling van vrouwen tussen groepen. Onderstaande opsomming toont daarvan enkele significante transities.

a.     Klimaat

Als gevolg van instabiele, klimatologische omstandigheden, dwong voedselconcurrentie (Potts, 2012) onze verre voorouders in oostelijk Afrika zo’n 5 miljoen jaar geleden het oerwoud te verlaten. Daarna moesten de hominiden  proberen op de savanne een bestaan op te bouwen om te kunnen overleven. 

 

f.      Out-of-Africa 2 (OOA2) 

Waar de meeste onderzoekers het doorgaans mee eens zijn,  is dat een belangrijke transitie in de ontwikkeling van de mens rond 200.000 jaar geleden plaatsvond.  Rond die tijd verscheen de eerste Homo sapiens sapiens aan de noordelijke oostkust van Afrika, in het huidige Ethiopië (White et al., 2003). De theorie is dat, vermoedelijk gedwongen door klimatologische omstandigheden, ca. 60.000 jaar geleden een kleine groep, waarschijnlijk verwanten, via het Arabische schiereiland het Afrikaanse continent verliet (Encyclopaedia Britannica, 2019). Daarna waaierde de soort successievelijk uit over de andere continenten en vestigde zich rond 40.000 – 30.000 voor het begin van onze jaartelling in west Europa.