1.2 Autonome brein

Het voorgaande laat onverlet dat de sturing van individueel gedrag, althans minstens voor zo’n 95%, autonoom door het brein wordt bepaald en uitgevoerd waarbij het (voorspellende) brein een belangrijke rol speelt (Baumeister & Bargh, 2014; Friston, 2005; Harris, 2012; Kemkes & Penninga, 2011; Seth, 2015; Seth & Friston, 2016). Dit alles heeft consequenties voor de rol en functie van voorgenomen activiteiten en de vrije (on)wil. Geconfronteerd met de vele momenten waarbij het individu er niet in slaagt zijn voornemens uit te voeren of geconfronteerd wordt met zijn eigen ongewilde of ongecontroleerde gedrag, ontwikkelt het individu een ogenschijnlijk logisch autobiografisch narratief om zijn gedrag te verklaren. Een belangrijk deel van verklaringen over individueel gedrag berusten aldus voor een belangrijk deel op willekeurige maar ogenschijnlijk plausibele interpretaties.

Meer weten? Zie EP-verklaringsmodel via soc. strategie