Inleiding

Op basis van orienterend literatuuronderzoek, theoretische overwegingen en strategische argumenten is gekozen voor een operationalisatie en conceptualisatie zoals beschreven in Module A. Twee methodische pijlers vormen daarbij het fundament voor het door ons ontwikkelde verklaringsmodel:

                            

Vertaald naar vraagstellingen als onderzoekskader met bijbehorende denkrichtingen en narratieven (zie Narratieven in Mod A.) als antwoordvorm, komen hier aan de orde:

  1. Het fylogenetisch perspectief; hoe zijn de eigenschappen die KK mogelijk maken, ontstaan in de loop van de evolutionaire geschiedenis?
  2. Het adaptief-belangperspectief; hoe hebben variaties in die eigenschappen die KK mogelijk maken, geinteracteerd met de omgeving en bijgedragen aan reproductief succes?
  3. Het ontogenetisch perspectief; hoe veranderen de eigenschappen die KK mogelijk maken gedurende de verschillende levensfasen van het individu en welke mechanismen bepalen die ontwikkeling?
  4. Het mechanisme-perspectief; welke psychologische eigenschappen en functionaliteiten sturen het gedrag (KK) bij de huidige mens?

                                                       

Dit alles is de opmaat naar: 

5. De verklaringsketen opnieuw belicht

6. Conclusies: KK in termen van pragmatische kernconcepten als opmaat naar de hypothesen.

Meer weten? Zie ELO-Evolutiepsychologie